START TT ASSEN
00 DAGEN
00 UREN
00 MIN
00 SEC

‘Mijn ouders vonden mij te jong om naar de TT te gaan’

  • Kevin Schwantz, de jeugdheld van Frank Andringa, wint de Grand Prix in Assen in 1993 (foto: ANP)

“Boos was ik, heel boos. Het moet 1990 zijn geweest. Mijn ouders gingen naar de TT en ik werd naar vrienden gebracht die niets met motorsport hadden. Dat konden ze echt niet maken, vond ik destijds. En eigenlijk vind ik nog steeds dat ik toen al mee moest.”

Journalist Frank Andringa is als zesjarig jongetje al groot fan van motoren. Terwijl hij de races op tv kijkt, beweegt hij in de bochten mee alsof hij zelf een van de coureurs is. “Wanneer je opgroeit in Hooghalen, dan stroomt er automatisch wat motorolie door je bloed. Teleurgesteld heb ik de races in 1990 waarschijnlijk op tv gekeken. Mijn ouders besloten na die race niet meer naar de TT te gaan. Alhoewel, mijn vader nam me vanaf dat jaar wel mee naar de trainingen. Maar dat is toch een vorm van surrogaat.”

Kippenvel
“Mijn hart ging sneller kloppen op de racedag. Het geluid van de motoren, dat we bij ons in de achtertuin konden horen, zorgde voor kippenvel op mijn armen. De file na afloop van de races op de A28, de dronken lui die het fietsviaduct passeerden, de TT was voor mij pure magie.”

“Mijn moeder, zelf ook opgegroeid met de TT, begreep het. Maar zo’n jong ventje meenemen naar een race, zou hij dat wel een dag kunnen volhouden? Al snel kwam er een compromis. Terwijl de 500cc-coureurs bij ons op tv hun laatste rondes reden, stapten wij op de fiets. Op naar het TT Circuit. De kaartcontroleurs waren verdwenen en veel publiek besloot alvast naar huis te gaan, terwijl wij de taluds bestegen. In de afsluitende zijspanrace zagen wij onder meer Egbert Streuer, Ralf Biland, Steve Webster, Klaus Klaffenböck en Darren Dixon. Mijn helden, zo dichtbij. En natijd natuurlijk programmaboekjes zoeken, om foto’s uit te knippen voor mijn plakboek.”

Houten bankjes verdwenen
“In het jaar dat de hoofdtribune stoeltjes krijgt in plaats van houten bankjes, mag ik voor het eerst mee naar de TT. Zonder kaartje. Terwijl het ticket van mijn moeder en de rest van de groep worden gecontroleerd, glip ik naar binnen. Ik word naar de hoofdtribune gesmokkeld en daar komen we tot de ontdekking dat er stoeltjes zijn. Probleem! Kon je in het verleden met zijn allen een beetje inschikken, dit keer zijn er een paar truien nodig om mij een plek tussen twee stoelen in te geven.”

“De jaren op de hoofdtribune zijn prachtig. Maar het avontuur met mijn vrienden trekt. Met een paar tientjes op zak van onze ouders voor een kaartje, gaan we naar de baan. Maar als jongens die opgroeien met het circuit kennen we de route om er gratis op te komen. Meestal gaat het goed, totdat de rollen prikkeldraad te groot worden.”

Van paddock naar talud
“Sinds die eerste TT heb ik er geloof ik eentje gemist. Van toeschouwer werd ik journalist en mocht ik meerdere keren over de paddock lopen en in het perscentrum zitten. Hartstikke leuk om mee te maken, maar de echte beleving van de TT voel je er niet. Daarom zit ik tegenwoordig weer op het talud. De plek waar de coureurs niet alleen vlak voor je langs schieten, maar ook de plek waar je ze kunt horen en ruiken. En na bijna dertig jaar krijg ik nog altijd kippenvel.”

Heeft u ook een bijzonder TT-verhaal? Deel het met ons via redactie@rtvdrenthe.nl.

Contact
opnemen